| Synchroniciteit | | Print | |
|
Synchroniciteit (citaat uit: Synchroniciteit, Carl Gustav Jung, met een voorwoord van Drs. Karen Hamaker-Zondag)
Voor de westerse mens zijn oorzaak en gevolg onlosmakelijk verbonden met de wereld van verschijnselen en gebeurtenissen. We leren van jongs af aan dat er voor alles een oorzaak is. Het is vertrouwd en logisch, en op die manier krijgen we het gevoel greep te hebben in de dingen die gebeuren. We kunnen ons dan ook eigenlijk niet voorstellen dat feiten en verschijnselen ook op een andere manier met elkaar kunnen samenhangen dan alleen door de verbondenheid van oorzaak en gevolg. Toch zijn er in de westerse geschiedenis al enkele denkers geweest die het principe van de causaliteit, dus de 'wet van oorzaak en gevolg', als verklaringsmechanisme gerelativeerd hebben. Twee eeuwen geleden deed David Hume dat door te stellen dat de causaliteit niet iets is wat we kunnen waarnemen, maar iets wat we slechts kunnen toeschrijven aan gebeurtenissen. In de twintigste eeuw is het Thorstein Veblen die in de voetsporen treedt van Hume door ongeveer hetzelfde te stellen. Hij beschrijft causaliteit niet als een waarheid die onlosmakelijk met gebeurtenissen verbonden is, of aan gebeurtenissen inherent is, maar als iets wat er door historisch-maatschappelijke ontwikkelingen op pragmatische gronden aan wordt toegeschreven. Dat betekent dat als de historisch-maatschappelijke ontwikkelingen anders waren geweest, we aan de verbinding tussen gebeurtenissen en/of feiten wellicht iets anders hadden toegeschreven. Jungs ervaringen met patiënten wezen in de richting van een andere samenhang tussen feiten en verschijnselen; hij werd er onontkoombaar mee geconfronteerd door verbluffende samenlopen van omstandigheden en wel erg toevallige situaties. Jung was al vroeg in zijn loopbaan geinteresseerd geraakt in het verschijnsel dat hij parallellisme noemde, ofwel het samenvallen in de tijd van gebeurtenissen die op de een of de andere manier bij elkaar lijken te horen, en/of met elkaar overeenkomen, zonder dat er ook maar op enigerlei wijze sprake is van oorzaak en gevolg: causaliteit kan niet als verklaring dienen voor dit samengaan van gebeurtenissen. Toch ervoer hij een samenhang. Niet zelden zeggen we dan ook bij dit soort gebeurtenissen: dat is te toevallig om toeval te kunnen zijn. Het voorbeeld van de vrouw met de droom over de scarabee en de kever die tegen het raam van Jungs praktijk vloog toen ze hem die droom vertelde, is wereldberoemd geworden en een uitstekend voorbeeld van een gevoelde samenhang tussen gebeurtenissen (droominhoud, en het tegen het raam vliegen van de scarabee-achtige kever) die op geen enkele manier causaal te verklaren is. Jung noemde dit voor de waarnemer zinvolle samengaan van gebeurtenissen in de tijd synchroniciteit. Juist omdat hij wilde benadrukken dat het niet gaat om een exacte gelijktijdigheid, maar om een relatief gelijktijdig samenvallen, heeft hij het niet over synchronisme. Het principe van de synchroniciteit heeft twee aspecten:
Het is dit laatste punt, deze subjectiviteit, dat bij de gangbare wetenschap zoveel weerstanden heeft opgeroepen. Ze is immers niet te meten en niet in hokjes onder te brengen, noch statistisch te verwerken. Maar dat betekend niet dat subjectiviteit geen rol speelt of verwaarloosd moet of mag worden. Jung heeft keer op keer benadrukt dat het de mens is die zin en betekenis ervaart in een synchronistisch gebeuren. Zoals de vrouw die de kever tegen het raam zag vliegen, innerlijk een schok kreeg. Het deed haar iets. Sterker nog: vanaf dat moment maakte de therapie vorderingen. Ze brak door innerlijke weerstand heen. Dat is een belangrijk facet van synchroniciteit, dat het ook onderscheid van toeval: er is een emotie bij betrokken.
|
||||
